'Het ontstaan van de provincie Zeeland'

In dit eerste hoofdstuk wordt in grote lijnen het ontstaan van de provincie Zeeland weergegeven. Deze achtergrondinformatie is onmisbaar voor het vervolg van deze historie.

Zeeland... een provincie in het zuidwestelijke deel van Nederland. De naam van deze provincie zegt eigenlijk al genoeg: Zeeland bestaat uit land en water.
Een belangrijke vraag: Hoe is dit gebied geworden tot wat het nu is?


De eerste bewoning
We gaan een heel eind terug in de tijd. Zeeland ziet er op dat moment uit als een landschap doorsneden door kreken, vergelijkhaar met de huidige Biesbosch. Ongeveer 2300 jaar voor Christus worden strandwallen gevormd en het oude duinlandschap komt tot ontwikkeling. Achter de duinen en strandwallen ontwikkelt zich een uitgestrekt veendek. Dankzij archeologische vondsten is aangetoond dat er een vrij lange periode van bewoning op de Zeeuwse strandwallen en Oude Duinen geweest moet zijn. In elk geval nog in de periode van ongeveer 1100 tot 400 voor Christus. De riviermonden in dit gebied worden na verloop van tijd zeegaten.

Overstromingen
Vanaf ongeveer 300 jaar voor Christus overstroomt een deel van het veenlandschap regelmatig. Deze periode zal duren tot ongeveer 50 na Christus. Nieuwe geulen worden door die overstromingen in het veen uitgeschuurd. Op die manier wordt wel voor een hetere ontwatering van het veen gezorgd. Hierdoor is waarschijnlijk weer bewoning mogelijk geweest, met name langs de oeverwallen van de kreken en de geulen. Zo omstreeks het jaar 100 voor Christus verandert dit. Vanaf deze tijd zal er ongeveer anderhalve eeuw geen bewoning meer (mogelijk) zijn.

De contouren van de Zeeuwse eilanden ontstaan...
De Romeinen zijn inmiddels in onze streken aangeland. Het westen van Zeeland is op tal van plaatsen bewoond. In 275 na Christus wordt echter de belangrijkste plaats in Zeeland, het Zeeuws-Vlaamse Aardenburg, door de Romeinen verlaten. Ook in andere delen van Zeeland schijnt bewoning niet meer mogelijk te zijn.
De reden hiervan was een nieuwe overstromingsperiode... Deze overstromingsperiode duurt ongeveer tot het jaar 700. Alleen in de duingebieden is bewoning mogelijk.
In de daaropvolgende eeuwen is er steeds sprake van landverlies en landwinning. Kleinere eilandjes groeien aaneen tot grotere. Pas vanaf de elfde eeuw gaat men de eilanden bedijken. Deze bedijking is vooral defensief, ter bescherming tegen de krachtige zee. Later zal er offensieve bedijking plaatsvinden, gericht op landwinning. Zo ontstaan rond het jaar 1300 de contouren van de Zeeuwse eilanden: Schouwen-Duiveland, Tholen, Noord- en Zuid-Beveland, Walcheren en Zeeuws-Vlaanderen.
Zie onderstaande foto

 


Verdronken Land van Saeftinge
Om iets van het oorspronkelijke Zeeland te zien, moet je niet bij de kust zijn, waar het land de zee tegenhoudt. Je moet naar het einde van de provincie gaan, daar waar de Westerschelde bijna overgaat in de Schelde en waar Antwerpen dichtbij is. Hier vind je het Verdronken Land van Saeftinge en kun je zien hoe Zeeland moet zijn ontstaan. Je ziet een groot gebied van schorren, slikken en geulen, van kreken en ruige begroeiing. Tweemaal per dag spoelt de zee er overheen en trekt zich er ook weer van terug. De zee voert zand en klei aan en soms ook weer af. In dit gebied kan de natuur ongestoord haar gang gaan. Hier gebeurt nog steeds wat al eeuwen lang met Zeeland is gebeurd: nog altijd geeft de zee land, nog steeds neemt de zee land. Saeftinge is een van de laatste grote getijdelandschappen in Nederland. De mens bouwde er, na een stormvloed in de zestiende eeuw, geen nederzettingen meer.
Starend naar dit natuurgebied kun je jezelf misschien voorstellen hoe Zeeland er zonder dijk voor zou staan...

Bedijking
Dijken... ze gaven de bewoners van Zeeland enige zekerheid tegen overstromingen, maar de strijd tegen de zee bleef. Vanaf de vroege Middeleeuwen tot in de twintigste eeuw dwingt de zee de mens steeds opnieuw zich terug te trekken. Dijken worden aan de zee teruggegeven en achter deze verwoeste dijken moet de mens een nieuw bestaan opbouwen. Lange tijd hebhen monniken de leiding bij inpolderingen en bedijkingen in Zeeland. In de Middeleeuwen nemen waterschappen de zorg voor de zeeweringen over, hun taak is te helpen voorkomen dat het 'buitenwater' naar binnen komt en tegelijk ervoor te zorgen dat het 'binnenwater' wel naar buiten kan.

Dorpen ontstaan...
Daar waar de mens in Zeeland zich het minst bedreigd voelde, werden dorpen gebouwd op het land dat aan de zee onttrokken was. Aanvankelijk moet dat geweest zijn binnen een verdedigingsstelsel van burchten. Hieruit zijn later de ringdorpen ontstaan, deze dorpen hebben gemeen dat de kerk in het midden staat. Nu, in de twintigste eeuw, kun je nog uit de ligging van die dorpen opmaken, hoe de mens eeuwenlang 'de maat der dingen' was.
In het landschapsnummer van het Zeeuws Tijdschrift (1974) schreef Ir. P.J. 't Hooft:
'Op de kruispunten van de wegen zijn nederzettingen ontstaan. Voor zover ze zijn uitgegroeid tot dorpen, liggen ze vijf kilometer uit elkaar. Dat is een redelijke afstand: een uur gaans en dus een half uur om de omringende akkers te bereiken.

Tot slot van dit hoofdstuk een gedicht van Jacob Cats. U leest over het ontstaan van Zeeland. Er is sprake van landverlies en landwinning. De zee neemt en geeft land. Dit stollingsproces van jaren wist Jacob Cats in acht regels samen te vatten. Dit bijzondere gedicht willlen we u niet onthouden.


'Siet, aenwas is een dingh, dat sonder ons gevoelen
Komt stijgen uijt de see en aen den oever spoelen.
Al schijnt het eerst maer sant en niet dan enckel blick,
Het neemt gedurigh toe. en wert ten lesten slick,
En daerna wast er gras; een stel van hondert schapen,
Die kander naderhant haer noodigh voetsel raepen,
Totdat het op het lest verandert sijnen naem.
En even mettertijt tot dijcken is bequaem.

Jacob Cats


In de volgende hoofdstukken leest u iets over een van deze Zeeuwse dorpjes, namelijk Sint Annaland.

Voor hoofdstuk2 klik op pijl naar rechts , Terug naar begin klik op HISTORIE