'Het wonder van Sint Annaland'

De wind loeit om het huis. Veel mensen kruipen nog dieper onder de wol om het maar niet te horen. Maar dan opeens...! Gebonk op de ramen, een stem roept: "Opstaan! Opstaan! Het water komt!!"

Ja, zo gaat het bij veel mensen die nacht van 30 januari op 1 februari 1953. Het water komt echt. Veel mensen zijn 's avonds gewoon naar bed gegaan, nadat ze even op de dijk hebben gekeken. En als midden in de nacht de dijken doorbreken... slaapt men!

'Vóór de ramp' en 'na de ramp'
De watersnoodramp van 1953 is voor Sint Annaland heel bijzonder geweest, vandaar dat er wat uitgebreider bij stilgestaan word. Eerst iets over de ramp in het algemeen, omdat dit van belang is voor het tweede deel van dit hoofdstuk waar de aandacht meer specifiek op Sint Annaland is gericht. Bij veel mensen in Sint Annaland ligt deze gebeurtenis nog vers in het geheugen.
Een verslag hiervan kunt u lezen in dit hoofdstuk. Hoe ontzettend deze ramp geweest is, merk je wel aan oudere mensen als ze herinneringen ophalen. Ze praten dan van 'vóór de ramp ' en 'na de ramp ', want sinds de watersnoodramp van februari 1953 is alles anders geworden op het eiland. Sindsdien is Tholen wakker, klaarwakker.

- De watersnoodramp van 1953 in het algemeen -

Een plan
Jarenlang is er gepraat over het wel of niet ophogen van de dijken. De waterschappen en de Rijkswaterstaat zijn het er over eens dat de dijken te laag zijn. Bij erg hoge vloed komt het water zelf over de kruin van de dijk!

En de boeren ?
De boeren in Zuid-West Nederland geloven het allemaal wel. Ze kunnen het geld wel beter gebruiken. Bovendien zijn de dijken hun grondgebied. Sommige dijken zijn laag en steil, het water dat er tegenaan slaat, krijgt snel grip op deze dijken. Gaten worden dan ook onvermijdelijk. Dijken die laag maar minder steil zijn, kunnen het water veel beter tegenhouden. Maar de boeren kijken niet naar het water. Steile, lage dijken gebruiken veel minder grond en zijn dus veel goedkoper! Ze zien het gevaar van het water niet. Geld is veel belangrijker. Zo blijven de dijken laag, té laag...!

Storm
Zo wordt het 31 januari 1953. Het stormt. Veel mensen in het Zuidwesten van Nederland gaan even op de dijken kijken. Een prachtig gezicht! Jammer dat maar weinig mensen het gevaar van de storm en het water beseffen. Veel maatregelen tegen een eventuele overstroming worden dan ook niet genomen. Ook veel hooggeplaatste personen en degenen die toezicht op de dijken moeten houden, gaan 's avonds gewoon naar bed. In een enkele gemeente blijven mensen wakker. Zij zien het gevaar en willen de burgers op tijd kunnen waarschuwen. Zij wijzen de mensen erop waakzaam te zijn en belangrijke spullen bij de hand te houden. Of er veel burgers naar deze goede raad geluisterd hebben...?

Het water komt...!
Als in Nederland de meeste mensen in diepe rust zijn, beukt de wind het water tegen de dijken, net zo lang tot de dijken bezwijken onder deze geweldige kracht. Het water stroomt de polders in en sleept alles mee wat het tegenkomt.
Terwijl de rest van Nederland slaapt, wordt men in het Zuidwesten opgeschrikt door het donderende geluid van het water. De gemeenten die het dreigende gevaar gezien en het niet onderschat hadden, brengen hun burgers zo snel mogelijk naar veiliger plaatsen. Andere gemeenten worden door het water verrast en voor veel burgers is het daar dan ook te laat...

Het reddingswerk
Het wordt zondag. Het licht van de nieuwe dag, die vele honderden mensen niet meer aanschouwen... Een dag, die Nederland tot het bewustzijn zal brengen dat de natuur veel heeft geëist...
Het duurt nog een hele tijd voordat het deze morgen in 'droog-Nederland' is doorgedrongen, dat er wérkelijk een ramp gebeurd is. Heel veel mensen verkeren in grote nood en kunnen geholpen worden, als de mensen buiten het getroffen gebied maar weten dat die nood er is. Nederland, maar ook het buitenland, moet worden opgeroepen om te helpen in de getroffen gebieden. Maar de verbindingen zijn verbroken. Wat nu...?

De Urker-kotters
Een alternatief voor de verbroken verbindingen: een nabijgelegen konvooi schepen, de Urker-kotters. Zij hebben zenders aan boord, die nu uitstekend dienst kunnen doen. Men geeft geweldige steun aan de verbindingsdienst via het radiocontact. Toeval of Leiding? De meningen zijn verschillend. Zo komen langzamerhand de hulptroepen op gang. Meer dan 2000 schepen worden ingezet bij het reddingswerk, Ook komt de militaire hulp opzetten. Uit de berichten die mensen meebrengen, beseft iedereen pas goed hoe erg de situatie is in de getroffen gebieden.

Geïsoleerd
Het dodental loopt op en duizenden mensen zijn nog in levensgevaar. Enkele gebieden zijn geïsoleerd van de buitenwereld. Het is onbekend hoeveel van hen nog in leven zijn en hoeveel mensen er gered zullen worden. De mensen in de getroffen gebieden verkeren in doodsnood en proberen te vluchten. Zij die niet meer kunnen vluchten, wachten op hulp. Vaak tevergeefs, vaak te lang...

Angst
Een angstige nacht wordt het voor velen, de nacht van 2 op 3 februari. Hoewel de storm is afgenomen, waait het nog hard. Zullen de dijken het deze nacht houden? Ja, gelukkig wel. De volgende dag komt er hulp uit de rest van Nederland en uit het buitenland (Engeland, Duitsland, Amerika, België, Frankrijk, Italië en Noorwegen ). Water, voedsel, dekens en kleding wordt naar de geïsoleerde dorpen gebracht. Veel mensen worden geëvacueerd naar andere delen in Nederland die droog gebleven zijn. Vooral Utrecht en Noord-Brabant nemen veel evacués op. De PTT zal een watersnoodpostzegel uitgeven ten bate van het Nationaal Rampenfonds. Nederland wordt nog een keer opgeschrikt als die dag de zwaar geteisterde dijk bij Den Bommel het begeeft.

Koningin Juliana
Direct na de ramp spreekt koningin Juliana woorden van troost en medeleven. De vorstin kijkt over ramp en ellende heen en wijst in ruimer verband naar een betere toekomst. Dat kan volgens haar verwezenlijkt worden door eendracht en Godsvertrouwen. Ze bezoekt diverse rampgebieden en de mensen laten zien dat ze blij zijn met haar komst.

Herstel van de dijken
De volgende dagen worden de dijken zo goed en zo snel mogelijk hersteld, voor het volgende springtij komt. Sommigen denken dat het water sneller terug naar zee zal stromen, als men het gat in de dijk verder uitgraaft. Het werk is daar tevergeefs, want als het vloed wordt, stroomt het water met meer kracht dan ooit te voren de polders in.

Evacuatie
Mensen en gezinnen die nog achtergebleven zijn in de verdronken gebieden, moeten geëvacueerd worden. Sommigen verzetten zich daartegen. Militaire hulp wordt als dé hulp gezien. Mannen die willen helpen en ook goed weten hoe ze moeten helpen, omdat ze dit stuk land goed kennen, worden weggestuurd. Hun hulp wordt niet gewaardeerd. De militairen zullen het zelf wel eens 'even' opknappen.

Terugkeer van vele mensen
Ondanks de geweigerde hulp van vele 'vrijwilligers' herstelt het getroffen gedeelte van Nederland zich stukjes hij beetjes. Mensen keren af en toe terug naar huis om te zien wat er van overgebleven is en om waardevolle spullen te zoeken. Velen vinden niets van hun huis terug! Hoe moeten zij zich gevoeld hebben! En hoe dankbaar moeten diegenen geweest zijn, die hun huis terugvonden. Zij keren naar hun huis terug en beginnen van daaruit te werken aan het verdronken land. Puin van huizen, schuren en gebouwen moet worden opgeruimd. Kadavers worden opgeborgen. Dit alles gebeurt in een ijzige kou.

Rouw
Rouw heerst er in heel Nederland over mensen die het slachtoffer zijn geworden van het woeste water. ± 1800 slachtoffers zijn er te betreuren. De ramp heeft haar sporen diep achtergelaten...

- Het wonder van St. Annaland -

In het rampnummer van de Eendracht-Bode (6 januari 1953) stond met vette letters geschreven: 'Dit is het grootste wonder van de doorbraak in de Langestraat, even voor vier uur, in de noodlottige nacht van zondag I februari 1953... '

Gewaarschuwd
De nacht van zaterdag op zondag gaat men in Sint Annaland niet rustig naar bed. Er is immers gewaarschuwd voor gevaarlijk hoog water en met een noordwesterstorm wordt het geweld van het water steeds groter. Alle maatregelen zijn nog niet genomen, maar toch hebben de havenbewoners alles nog eens extra verstevigd voor de nacht.

Vloedplanken
Om ongeveer 0.30 uur wordt de brandweer opgeroepen om naar de dijk te komen. Zij komen en zetten de eerste vloedplanken. Ernstige ongerustheid heerst er nog niet. De vloedplanken moeten immers wel vaker gezet worden'? Toch stijgt de onrust als er om 2.00 uur gezegd wordt, dat de derde vloedplank gezet moet worden... Omdat dit nog nooit eerder nodig geweest is, wordt de burgemeester van de ongewone toestand op de hoogte gebracht. Ook de nog niet aanwezige waterschapsbestuurders worden gewaarschuwd.

Noodklok
Van twee tot half drie schijnt het gevaar te luwen Het water stijgt soms nauwelijks. De vierde vloedplank is nodig, nadat het na half drie weer erger wordt. Nog voor drie uur wordt de noodklok geluid. De nood van het luiden wordt zelfs dan nog niet door iedereen beseft... Doordat er vrachtwagens in het dorp rijden, zijn al een heleboel mensen uit hun bed gekomen en bij het horen van de noodklok gaan honderden mensen naar de haven.

Het water komt
Om 3.50 uur voltrekt zich de ramp. Even daarvoor wordt er nog werk verzet bij de haven, maar er ontstaat zo'n watermassa dat de toestand hopeloos wordt. Het water barst los in een waterval, wordt voortgestuwd door een orkanische wind en veroorzaakt een vloed in de Langestraat (de tegenwoordige Voorstraat). In de bescherming die door o.a. de brandweer gezet is, slaat het water een gat van ruim drie meter diep. Alles wordt meegesleurd en ligt in enkele seconden in de Langestraat.

Het grote wonder!
Hoewel het water een kracht heeft die niet te beschrijven is en voortgestuwd wordt door een orkanische wind en hoewel de mensen tot op het laatste ogenblik in hun deuropeningen of bij de ramen staan te kijken, is er in Sint Annaland geen mens verdronken!! Hier laat God zien, dat Hij sterker is dan de geweldige watermassa en de orkanische wind. In de Eendracht-Bode gaat het over de noodlottige nacht, maar hier kunnen we beter spreken van een bange nacht. Ja, bang waren de mensen wel, maar noodlottig kan deze nacht eigenlijk niet genoemd worden, want God spaarde alle mensen in Sint Annaland...

De losinstallatie
De watermassa stroomt met een onbeschrijfelijk geweld het dorp binnen. In de woningen aan de Ring, Cureelanden, Nieuwstraat en (gedeeltelijk) Dorpsstraat stijgt het water. Alleen de hoogste gedeelten worden gespaard. De mensen wachten in die huizen in spanning af en weten niet wat er ondertussen in de haven nog meer gebeurt... De losinstallatie van de Suikerfabriek Dinteloord staat op de haven en slaat dwars door de bescherming van de Langestraat (waar het water de eerste breuk gemaakt had) en sleept een naburig huis mee. De Suzannapolder overstroomt nu ook. De mensen die daar wonen, hebben zich op tijd naar de Molendijk begeven. Ook daar is niemand omgekomen...

De buitendijken
Van de buitendijken weet men op dit moment niets. Men weet niet dat de zeedijk voorbij de kleine Nol is doorgebroken en dat een kilometer verder een breuk is ontstaan, die nog ernstiger is. Zelfs zo, dat het water de boerderijen in die polder met bewoners en vee verplaatst. Verschrikkelijk is het tafereel: er drijven paarden, koeien en kippen die verdronken zijn. Meubilair wordt door het water meegesleurd, alles... behalve mensen. Ook hier was men tijdig weg of kon men zich op tijd redden van de verdrinkingsdood.

Zondag
Als het dag wordt, lijkt de Langestraat zo onwerkelijk en is de ravage in het Suzannawegje zo enorm, dat niemand aan durft te nemen dat er niemand verdronken is...
Op deze dag worden er geen kerkdiensten gehouden. Met zandzakken wordt een nooddijk gelegd. En... het stormt nog steeds! Er worden zoveel mogelijk mensen geëvacueerd, vooral ouderen, vrouwen en kinderen worden naar Oud-Vossemeer en Tholen gebracht. Sint Annaland hoort de vreselijke berichten over Stavenisse... Om 16.00 uur komt de tweede vloed en de mensen zijn bang voor een dijkdoorbraak van de binnendijk tussen Stavenisse en Sint Annaland. Gelukkig blijft men hiervoor gespaard.

Maandag
Vandaag wordt een stevige bescherming op de haven aangebracht en de breuk in de Suzannapolder wordt gedicht, De laatste mensen die in boerderijen in nood verkeren, worden gered. De wind is intussen al geminderd en draait meer naar het noorden.
Koningin Juliana brengt deze maandag een bezoek aan Sint Annaland. Ze is op doorreis naar Stavenisse.

Dinsdag
De brandweer van Sint Annaland begint met bergingswerkzaamheden. De lijken van de verdronken mensen uit Stavenisse worden gezocht en men bergt verdronken dieren. De nog in leven zijnde dieren worden naar hoger gelegen delen gebracht. Veel water loopt terug naar zee en straatgedeelten worden weer zichtbaar. Het gevaar is geweken!

Na Stavenisse
70% van de woningen in St Annaland heeft min of meer schade, + 100 huizen zijn totaal vernield, veel vee is verdronken en een tiental straten zijn geheel of gedeeltelijk vernield. Hiermee is St Annaland na Stavenisse de meest getroffen eilandgemeente...

Voor hoofdstuk11 klik op pijl naar rechts , naar hoofdstuk9 klik op pijl naar links Terug naar begin klik op HISTORIE