'Sint Annaland in de Gouden Eeuw'

"Het dorp Sint Annaland is één den der voortreffelijkste van het eiland... " Dit schrijft pastoor J.B. Krüger aan het eind van de zeventiende eeuw.) Sint Annaland wordt geregeerd door een schout, een burgemeester, zes schepenen en een secretaris. Schepen of raadslid was men voor het leven, daar kwamen geen periodieke volksverkiezingen aan te pas, terwijl de burgemeesterspost (als neven- en erefunctie) vaak bezet werd door een vrij gegoede, inwonende landbouwer, die een goeie-hand-van-schrijven had. Het bouwland is vruchtbaar, de handel gaat goed (meekrabsel, vlas, hop en granen). De ruim duizend inwoners leven als een tevreden dorpsgemeenschap.
Het is aan alles te zien: Sint Annaland bloeit en groeit!

De ambachtsheerlijkheid
De Provinciale Staten hadden vaak geld nodig en daarom werden de ambachtsheerlijke rechten veelal verkocht aan de meest biedende. Zo wordt Sint Annaland op 1 april 1609 verkocht aan de heer Johan Doublet, geen onbekende naam binnen de Middelburgse politiek.
In 1651 gaat Sint Annaland over op de broer van Johan Doublet: Philips Doublet. Philips trouwde in 1632 met de zuster van de alom bekende Constantijn Huygens: Geertruyd Huygens. In 1660 sterft Philips Doublet sr. en zijn zoon, Philips Doublet jr., volgt zijn vader op als ambachtsheer van Sint Annaland. In datzelfde jaar trouwt hij met zijn nicht Suzanne Huygens. Zij gaan wonen in de voormalige villa van Constantijn, waarin eerder zijn vader en moeder gewoond hebben: 'Huyze Borssele' in Den Haag. De naam laat hij uiteindelijk veranderen in 'Het Huys van Sint Annaland'. In 1663 wordt uit dit huwelijk Suzanna Constance geboren (de andere twee kinderen zijn reeds overleden).

De pest
In 1669 wordt. Sint Annaland getroffen door de pest. Door de Staten Generaal wordt op 9 oktober van dat jaar een 'Algemene Vast- ende Bededach' voorgeschreven om God te bidden 'van ons te nemen de welverdiende straffe der Pestilentie en andere sieckten... '
In december van datzelfde jaar tekent ambachtsheer Doublet een bedijkingsoctrooi.
De slikken en schorren ten noorden van Sint Annaland worden in erfpacht ter bedijking uitgegeven aan Pieter Adriaanse Dijkland. Het nieuwe land zal Suzannapolder heten, vernoemd naar Suzanna Doublet-Huygens.

Rampjaar
Dan volgt 1672, een rampjaar voor de familie Doublet. Ziekte treft de familie. Ook hun derde kind, Suzanna Constance, moeten zij verliezen. Zij sterft op 11 november van dat jaar de verdrinkingsdood. In 1674 wordt de jonge Philips geboren.


Wat er nog meer gebeurde.,
In 1682 wordt Sint Annaland opnieuw getroffen door een watersnoodramp. Ook Sint Annaland wordt zwaar getroffen. Groot is de schade die door deze ramp veroorzaakt wordt. In deze tijd wordt Abraham van Diest aangewezen als burgemeester van Sint Annaland. Zijn broer Jan wordt gemeentesecretaris.

Een bijzondere vangst.,
Men is in Sint Annaland nog maar net de gevolgen van de ramp te boven als er opnieuw iets bijzonders gebeurt. Deze gebeurtenis brengt geen direct gevaar met zich mee, maar is wel uniek. In oude geschiedenisboeken staat het als volgt: 'De seldsaame en noit gehoorde Walvisvangst, voorgevallen bij St. Annaland in 't jaar 1682 den 7e October... ' Een verdwaalde walvis wordt door een vader en zijn zoon in de Mosselkreek bij Sint Annaland aangetroffen. Nog nooit eerder was zoiets gebeurd en het brengt dan ook de nodige sensatie met zich mee. Het dier is zo'n veertien meter lang en dus groter dan het jachtje van vader. Met messen, dreggen en bootshaken gaan vader en zoon de walvis onver- schrokken te lijf. De volgende dag ligt de walvis dood op de plaat. Meer dan vijfduizend pond spek wordt van het dier gesneden en verkocht aan een traankokerij in Zaandam.

Onderstaande afbeelding (één in een reeks van zes) laat de vangst van deze walvis zien. De kopergravure is gemaakt door A. de Blois aan het einde van de 17e eeuw.

Het straatbeeld
Het is 23 mei in het jaar 1692. In het dorp is het rustig, deze mooie voorjaarsvrijdag, al is het nogal winderig. Een stevige lentebries doet de zeilen bollen van enkele uitvarende scheepjes. Enkele vrouwen maken een babbeltje met elkaar. De wieken van de molen draaien lustig om in het onderhoud van de mensen van Sint Annaland te voorzien. De meeste mannen zijn aan het werk op het land, anderen werken rond de haven en in de meestoof. De deftige chirurgijn is op weg naar een patiënt aan de Ring. Enkele meisjes zijn aan het spelen. Alles gaat zijn gewone gang...
Een ramp 'Een aanzienlijk dorp...' Dat kun je wel zeggen, nu je het straatbeeld in gedachten voor ogen ziet. De torenklok slaat drie uur. Maar dan... plotseling overvalt dit rustige dorpje een gruwelijke ramp. Het rustige van daarnet zwelt aan tot één grote noodkreet!
Sint Annaland brandt!!

Een angstig ogenblik…
In een houten schuur achter de Voorstraat is de brand begonnen en het duurt niet lang of de vlammen slaan over naar de huizen. Tientallen huizen branden als fakkels; de bewoners hebben amper tijd gehad er wat huisraad uit te slepen en dat wat ze op straat in veiligheid willen brengen, wordt vertrapt door haastig losgesneden koeien uit de boerderij bij de haven, dol rennende paarden uit de stallen in de Achterweg en een grote menigte mensen, gejaagd door angst en een verstikkende rook. De koster luidt de noodklok, de schout probeert leiding te geven bij het blussingswerk, maar met leren brandemmertjes en halfvolle regenbakken is dit zeker geen gemakkelijke taak...



Schade

Binnen twee uren heeft zich het drama voltrokken. 'In den asschen ofte tot een puynhoop ' zijn geworden: 56 huizen, de nieuwe meestoof, de brouwerij en 34 schuren. Aan de Ring is buiten de gracht alles verbrand. Molendijk, Kaai en kerk blijven gespaard en aan de Voorstraat ontspringt één woning de dans: het zgn. "non'uus". Aan het einde van dit hoofdstuk zal ik over dit bijzondere huis het een en ander vertellen.

Gevolgen
Zijn pastorie van Ds. Brievings aan de Voorstraat is in vlammen opgegaan en daarbij ook zijn hele huisinventaris, geschriften en boeken. Dus ook de kerkbescheiden, waaronder het doop- en overlijdensarchief, die hij in zijn huis bewaarde, zijn verbrand. Alleen het trouwboek blijft gespaard. Dit is in de kerk blijven liggen vanwege het afkondigen van een huwelijk de zondag daarvoor. De pastoraal bijgehouden 'burgerlijke stand' is dus ook 'in den asschen ofte tot een puynhoop' geworden en dit zou in de toekomst 'problemen' kunnen geven. De dominee bedenkt een plan voor de herregistratie van zijn gemeente...

(her)beschrijving
Opgeroepen door langdurig klokgelui, spoeden de meeste dorpelingen zich op een door-de- weekse dag naar de middeleeuwse Ringkerk om (her)beschreven te worden. De mensen zijn nog versuft van het gebeurde en deze abrupte overgang van totale verwoesting buiten naar de onveranderde, vertrouwde kerksfeer wordt door velen van hen als onnatuurlijk vreemd ervaren Enigszins gelaten geven ze hun persoonlijke of familiegegevens aan een ouderling die bij de preekstoel zit en alles opschrijft. Ondertussen denken ze somber aan hun eigen toekomst, die maar weinig perspectief biedt ..

De 'brandbrief'
Op 24 mei 1692 wordt de zgn. 'brandbrief' (een bestuurszakelijke brief) geschreven door de ambachtsheerlijke vertegenwoordiger van Sint Annaland, burgemeester Van Diest. Hij schrijft deze brief in diepdroevige stemming aan ambachtsheer Philips Doublet, die in Den Haag woont. Een citaat uit deze brief (die nu nog bewaard wordt in het archief in Middelburg) laat zien, hoe triest en ingrijpend de brand van 1692 voor Sint Annaland geweest is:

"Ick en can niet naerlaeten sonder natte oogen sijn ed. bekent te maecken den ellendigen staet van St. Annalant, 't is dan soodaenigh dat Godt almachtich gemelte plaets heeft gelieven te besoecken nu vrijdagh laest cort aen de middagh met eene swaeren brant... "

Van Diest laat duidelijk blijken dat hij grote problemen voorziet als hij besluit met:
" ... ick en can door de groote alteratie niet meer schrijven alsoe onse plaets te beklage is ende veel luden sullen moeten vertrecken soo sij niet geassisteert werden om wederom te bouwen.... "

Houd moed!
Het ziet er beroerd uit. De dakloze inwoners zijn tijdelijk ondergebracht bij dorpsgenoten en in de kerk. Burgemeester Van Diest had het goed gezien, helaas... Door de huisvestingsproblemen die ontstaan zijn, heeft een groep inwoners van Sint Annaland deze lente en zomer het dorp voorgoed verlaten. Gelukkig laten de meeste mensen, evengoed gedupeerden, het er niet bij zitten. Met steeds meer moed pakt men de herbouw van Sint Annaland vastberaden aan, hierbij gesteund door anderen. De komende jaren worden erg druk voor de Sint Annalandse bouwvakkers en doe-het-zelvers en rond de eeuwwisseling zijn onder andere de beide kanten van de Voorstraat zo goed als opnieuw bezet met prachtige Oudhollandse trap- en tuitgevels! Het dorp Sint Annaland herrijst en, op een stuk of wat na, worden vooral pas tussen 1880 en 1920 die genoemde huizen successievelijk weer vervangen of verbouwd.

Brandstichter?
Terwijl dominee Brievings zijn plan tot herregistratie bedenkt, zitten de schout en zijn rakkers achter een voortvluchtige Dirck van Noorde aan. Het gerucht gaat, dat Dirck (samen met zijn vrouw afkomstig uit Brabant), die in onmin leeft met zijn buurman, moedwillig daar de brand zou hebben veroorzaakt. Als de schout naar hen op pad is, blijkt het gezin Van Noorde voortvluchtig...

De ambachtsheerlijkheid wordt overgedragen.
Na de grote brand wordt de ambachtsheerlijkheid door de heer Doublet overgedragen aan zijn 18-jarige zoon Philips. Deze Philips is getrouwd met Hester Quarles. Hun huwelijk blijft kinderloos. In 1712 overlijdt Philips op 38-jarige leeftijd. De genoemde heerlijkheid komt vervolgens op naam van zijn zuster Constance Theodora te staan. Zij is gehuwd met Martinus Hoeuft, Heer van Oijen en Onsenoort, luitenant-generaal van de ruiterij.

Het "non'uus"
Zoals we al schreven, er blijft aan de Voorstraat slechts één huis gespaard: het "non 'uus" . Dit huis is van steen, een uitzondering in die tijd. Het wordt voor het eerst zo genoemd in de tweede helft van de negentiende eeuw. In die tijd wonen drie ongehuwde zusters (Coba, Wan en Kaatje) vele jaren in dit fraaie renaissancepand. De zusters krijgen de bijnaam 'de nonnetjes' vanwege hun opvallende mensenschuwheid. Het is zelfs zo erg, dat bijna gedurende hun hele leven, de vensterluiken nooit open gaan. In het jaar 1912 sterft de jongste (de andere zusters waren al eerder overleden) en op haar begrafenisdag ontsluit één van de ervende neefjes (waarschijnlijk met enige schroom) de antieke luiken. Meteen gaat het over 't dorp: "De luuken bin open van 't non 'uus!" Veel mensen bekijken met vernieuwde interesse de bakstenen trapjesgevel, die na een gigantische 'winterslaap' zo plotseling wakker geworden is...


De oude topgevel van het "non'uus" is nog steeds in de oorspronkelijke vorm. Dit is een zeldzaamheid, omdat een groot aantal topgevels in andere dorpen gemoderniseerd zijn. Hierdoor is het "non'uus" voor Sint Annaland heel bijzonder en waardevol. Het pand behoort dan ook tot een van de monumenten van Monumentenzorg.
Boven de voordeur is in de gevel een steen gemetseld waarvan de tekst voor zich spreekt:

 

Voor hoofdstuk7 klik op pijl naar rechts, naar hoofdstuk5 klik op pijl naar links Terug naar begin klik op HISTORIE