De historie van de kerkgebouwen tot 1959.

De eerste kerk is waarschijnlijk gebouwd na 1475 en voor 1486, in dit laatste jaar diende er al een priester in de parochiekerk.

Smallegange vermeldt in zijn Nieuwe Cronijk van Zeeland, dat Sint-Annaland een: "groote schone Kerk" heeft" (zie br 2. 1). In hoofdstuk 6, St-Annaland in de gouden Eeuw, is een afbeelding opgenomen van het dorp en de kerk die dateert van voor de dorpsbrand van 1692. Zo zal de kerk in haar "glorierijke" jaren er hebben uit gezien. V.d. Aa zegt over de kerk: "De Hervormde kerk was vroeger een kruisgebouw, uit het midden van welks dak een spitse toren oprees. Het westelijk kruispand is echter voor een aantal jaren afgebroken...." (zie br 2. 2).

De volgende gegevens zijn ontleend aan de notulen van de kerkvoogdij, beschikbaar vanaf begin 1800. Uit deze notulen van de kerkvoogdij is op te maken dat men kerkte in de koorkerk, waarin ook een galerij was. Het noordelijk en zuidelijk transept, werden voor andere doeleinden gebruikt, waaronder een vergaderruimte voor het consistorie.

18-7-1821, Er zijn dringend reparaties nodig.
26-4-1822, Stukken van het gewelf vallen op de galerij.
7-1822, wordt de verbouw/ verbetering gegund aan aannemer Engel Witte, voor het bedrag van f 4386, De toren die midden op het dak staat, is zeer bouwvallig. Er wordt een nieuwe gebouwd aan de noordgevel, waar de ingang van de kerk is. Aan de westzijde van de kerk is inmiddels de dorpsschool gebouwd.
In 1823 telde de kerk zo'n 330 plaatsen dit is te zien aan de lijst van plaatsen, (zie br 2. 3) die op naam verkocht werden. Deze jaarlijkse verkoop was een belangrijke bron van inkomsten voor de kerkvoogdij. Waarschijnlijk was er nog een aantal gratis armenplaatsen.
In 1853 is de nieuwe toren alweer zo bouwvallig, dat tot nieuwbouw ervan wordt overgegaan. De toren komt weer op de oude plaats, midden op het kerkdak. Voor de som van f 600, waarvan de burgerlijke overheid de helft betaalt. De 300 gulden voor rekening van de kerk, wordt geleend van de plaatselijke predikant ds. Jacobus Steenberg.
In 1859 volgt weer een grote onderhoudsbeurt voor het bedrag van f 1.098. Er kwam een aantal nieuwe banken, het binnenwerk werd geschilderd en het metselwerk van de buitenmuren werd hersteld.
16-3-1866, Men spreekt voor het eerst over het vergroten van het kerkgebouw. Architect Couvee uit Zierikzee zal gevraagd worden wat de mogelijkheden zijn.
12-12-1866, De kerk is in dermate slechte staat dat uitbreiding en verbetering ongeveer f 10.000 gaat kosten. Er kunnen geen galerijen worden bijgebouwd vanwege het vermolmde houtwerk en de slechte staat van de muren.
De Provinciale commissie van toezicht enz.... moet een verklaring opstellen van hulpbehoevendheid voor het aanvragen van Rijkssubsidie, Zij stelt een subsidie voor van f 5.400, op een begroting die dan f 10.800 bedraagt. De commissie meldt dat de gemeente 1900 zielen telt, er 700 kerkgangers zijn en het gebouw 570 zitplaatsen heeft (zie 1823).
10-11-1868, De president kerkvoogd dhr. A.J, Bierens (tegelijk burgemeester), stelt voor om de verbetering en inwendige uitbreiding niet te laten doorgaan omdat.:
-men het gebouw, door verkeerde zuinigheid, te veel heeft laten verwaarlozen.
-een deel van de kerk bouwvallig blijft, veel onderhoud zal vragen en "onoogelijk" blijft.
-men waarschijnlijk geen subsidie voor dit plan zal verkrijgen.

Besloten wordt een plan te ontwikkelen om te komen tot nieuwbouw. De komende jaren zullen er voortdurend plannen ontwikkeld worden, die niet ten uitvoer worden gebracht.

26-9-1873, Men besluit om tot vernieuwing en vergroting (±200 plaatsen) over te gaan, voor de prijs van f 12.000, dus geen algehele nieuwbouw.
22-1-1874, Problemen met het lenen van de gelden, de zaak wordt aangehouden.
7-1-1899, Er is een vergevorderd plan tot restauratie, van de hand van architect Frederikse uit Middelburg. Waarbij het noordelijk- en zuidelijk transept ook tot preekkerk worden ingericht. Hierbij wordt dan een "tribune" ingericht in het eerstgenoemde gedeelte en in het oostelijk gedeelte. De kosten bedragen ca. f10.000.
20-3-1899, Een kwart van de gemeenteleden wil liever nieuwbouw. Er ontstaat volgens de predikant ds. C. Waardenburg een "gisting van verzet" in de gemeente. Zeker wanneer uitlekt dat kerkvoogd A. Soeters een nieuwe kerk kan en wil bouwen voor f 5.000 meer.
Ds. Waardenburg wil de vrede bewaren in de gemeente en stelt voor dat de voorstanders van nieuwbouw, "van hunne gezindheid en belangstelling bewijzen kunnen geven".
27-4-1899 Architect Bruijnzeel uit Rotterdam, afkomstig van een Sint-Annalandse familie, stelt zijn diensten gratis beschikbaar. Hij tekent en begroot de nieuwe kerk op f 22.467,50.
26-5-1899, De bouw wordt gegund aan de twee zonen van kerkvoogd Soeters, Jan en Pieter, die ingeschreven hebben voor f 20.978. Op het verzoek om een gift, reageren de collega-kerkvoogden van Sint-Maartensdijk door f 300 te geven voor de nieuwe kerk. Op maandag 1 mei begint men met het afbreken van de oude kerk, en 19 dagen later is deze (helaas) met de grond gelijk gemaakt.
11-12-1899, Men besluit om de oude koperen lichtkroon over te brengen naar de nieuwe kerk. Op voorstel van architect Bruinzeel, worden er ook 2 nieuwe smeedijzeren kronen aangeschaft, die passen bij de architectuur van de nieuwe kerk. De twee kronen zullen allebei 10 zijarmen hebben.
9-1-1900, Men besluit om het pad tussen de kerk en de school met de aanwezige zerken te bevloeren. En zowel voor de ingang van kerk (ligt er nu nog), als voor de consistoriekamer gebruik te maken van de oude grafzerken. (Blijkbaar zijn de oude zerken met de graven geruimd.)
23-2-1900, Op zondag 18 februari heeft ds. Waardenburg de kerk in gebruik genomen met een; "indrukwekkende rede over 1 Koningen 8: 29 "Dat Uwe ogen open zijn nacht en dag over dit Huis".
20-6-1900, Orgelbouwer Kruse uit Leeuwarden gaat het eerste (zie br 2. 4) orgel leveren, voor de prijs van f2.700. Het nieuwe orgel wordt in gebruik genomen op donderdag 27-6-1901. Consulent ds. J.A. Schouten van Sint-Philipsland leidt de dienst. Tekst: Kolossensen 3:16b.
Er is gezongen Ps. 84:1; 150:1,2; 33:2a+1b; Gez.2:1,5 (Den hoge God alleen zij eer), Gez.96 (Halleluja, eeuwig dank en ere)
23-9-1903, De begroting van de kerkvoogdij laat een bedrag van zowel inkomsten, als uitgaven zien van f 5.666,065.
29-6-1904, Werkelijke ontvangsten over 1903: f 6.884,125, en uitgaven van f 4.654,78, "derhalve met een goed slot van f 2.229,345".
29-1-1907, Aan de familie Bruijnzeel, die veel voor de nieuwe kerk gedaan heeft, en aan de Ambachtsheer van Sint-Annaland, Jonkheer mr. E.A.O. de Casembroot, worden aan elk twee plaatsen in erfrecht gegeven.
6-1-1910, Bij overdracht van het kosterschap aan C. Bendegom (broodbakker) blijkt het avondmaalsservies te bestaan uit: een tinnen broodschotel, twee tinnen borden, twee tinnen offerborden en vier tinnen avondmaalsbekers. De koster had het beheer over deze en andere zaken. Later heeft men in 1947 een nieuw avondmaalsservies aangeschaft.
24-3-1910, Besloten wordt om twee extra zij-ingangen aan de toren te maken.

De contacten tussen de predikanten en de kerkvoogdij waren, meestal goed. Een enkele keer gaat het mis. Zoals bij ds. J.H. v. Paddenburg (1908-1911). Het begon met een onenigheid over een gratificatie van f 200 voor de eerste preek. Deze gratificatie was in feite bedoeld als tegemoetkoming in de kosten van de overkomst. De omgang met elkaar was daarna niet meer zo soepel.
Ook met ds. G. Lans (1912-1914) boterde het niet zo goed. Deze predikant was later op meerdere terreinen in de Nederlandse Hervormde kerk actief, w.o. predikantdirecteur van de Gereformeerde Zendingsbond. In Sint-Annaland was een zondagsschool waarin het bestuur ook de kerkvoogdij vertegenwoordigd was. De zondagsschool werd gehouden in de consistoriekamer. Vanwege onordelijk gedrag werd door de kerkvoogdij verboden hiervan gebruik te maken. Men mocht uitwijken naar de galerij, maar daar doet zich hetzelfde probleem voor. Op initiatief van de mannenvereniging wordt er nu een andere zondagsschool opgericht, die elders bijeenkomt. Ds. Lans kiest voor deze nieuwe zondagsschool, en nu ontstaat ertussen hem en de kerkvoogdij een verwijdering. Hij krijgt ook geen toestemming om diensten te houden voor de Gereformeerde Bond en de Gereformeerde Zendingsbond.

26-6-1923, J. Polderman wordt gefeliciteerd met zijn 25-jarig jubileum als president - kerkvoogd. De pastorie wordt op de waterleiding aangesloten. (Waarschijnlijk krijgt het dorp in dit jaar aansluiting op het waterleidingnet)
3-11-1924, Een christelijke jongelingsvereniging wordt opgericht.
3-2-1926, Ds. Oskam is tegen het gemengd zangkoor ("vrijage in 't groot"). "Hier worden gereformeerde (bonds-) predikanten beroepen, die het zingen van gezangen weren. Dan moet het koor geen gezangen aanleren en verbreiden."
13-5-1928, Besloten wordt centrale verwarming aan te leggen, "vanwege benauwende kolendamp". De verwarming wordt aangelegd door de firma Stokvisch uit Arnhem, voor f 2.210.
25-9-1928, Het orgel vertoont zeer ernstige gebreken, die herstel behoeven. Bespelen is intussen niet aan te raden. (Het orgel is dan 27 jaar oud!)
2-10-1928, Het oude orgel is slecht en te zwak voor deze kerk. Firma Dekker uit Goes levert een nieuwe kerkorgel, voor de prijs van f 6.500. Het oude wordt overgenomen voor f 1.000.
Op 7 mei 1929 wordt het orgel in gebruik genomen. De 'dienst wordt geleid door de consulent ds. P. Moerman uit Stavenisse, de tekst voor de prediking is Ps. 33: 1-4.
10-12-1929, In verband met de "aanstaande elektrificatie" wordt gekeken of er in de koperen lichtkroon straks "elektrische kaarsen kunnen". De overige kronen (de smeedijzeren, in de kerk en op de galerij) "moeten door ombuiging dienstbaar gemaakt worden".
22-7-1932, President-kerkvoogd J. Polderman is op 14 juli overleden. Hij is 34 jaar president-kerkvoogd geweest.
19-10-1956, Het kerkgebouw is veel te klein (ongeveer 600 zitplaatsen), steeds moeten er mensen staan tijdens de diensten. Ds. Westland stelt voor om plannen te maken om het kerkgebouw uit te breiden. Aan de beide zijkanten van de kerk zal een vleugel worden aangebouwd. Zodat de kerk weer enigermate de vorm van een kruiskerk krijgt.
4-12-1957 De bouw wordt gegund aan het bouwbedrijf: Muller-Franke, voor f 176.000. Voor een extra bedrag levert ditzelfde bedrijf nieuwe banken voor f 27.316. De oude kansel is door de restauratiecommissie voor f 800 verkocht aan de Hervormde Gemeente van Tholen, waar zij nu in de koorkerk staat.
De opening van de vergrote (ruim 950 zitplaatsen) kerk heeft plaats op 16-7-1959. Ds. Westland gaat in deze dienst voor, de tekst voor de prediking is: 1 Koningen 9: 3b "Ik heb dat huis geheiligd, dat gij gebouwd hebt, opdat Ik Mijn Naam aldaar tot in eeuwigheid zette, en Mijn ogen en Mijn hart zullen daar zijn ten alle dage".


Bronnen 2

1.) Nieuwe Cronijk van Zeeland, Middelburg, 1696, p. 752.
2.) A.J. v.d. Aa, Aardrijkskundig Woordenboek 1839, Zaltbommel 1976, I, p. 277 e.v.
3.) Zie de notulen van de kerkvoogdij in 1823.
4.) Volgens Han Dekker in: "Altijd bet groeyede" IV 1969, stond er in de oude kerk ook een orgel. Dit zou een klein mechanisch orgel uit Gent geweest zijn. Het zou er hebben gestaan vanaf de stichting van de kerk tot aan 1692.

Voor hoofdstuk 3 klik op pijl naar rechts naar hoofdstuk 1 klik op pijl naar links Terug naar begin klik op H13