Details uit de geschiedenis van de kerk uit de periode vanaf ongeveer 1566 tot 1732

Er is zeer weinig bekend van de reformatie van de kerk van Sint-Annaland. De oudste acta van de kerkenraad zijn door de dorpsbrand van 1692 verloren gegaan.
Ook Mw. Rooze (zie br 3. 1) vermeldt over Sint-Annaland nagenoeg niets.
In Poortvliet was een kring van doopsgezinden rond 1533-1540, waarbij 12 mensen worden genoemd. (zie br 3. 2)
Een Hervormde Gemeente wordt vermeld in Poortvliet sinds september 1566, in Scherpenisse sinds 1566, in Sint-Maartensdijk idem, in Tholen ca 1566-1570. (zie br 3. 3)

Sint-Annaland wordt genoemd vanwege de zaak van Jaspar Erasmusz van Vliet, geboren te Hilvarenbeek. Deze man was schoolmeester en koster te Scherpenisse. Hij was de calvinistische leer toegedaan. Hij werd vervolgd omdat hij de gereformeerde prediker Erasmus de Wever van Steenbergen naar Scherpenisse had gebracht om ook daar te prediken. Jaspar Erasmusz verhuisde in 1568 naar Sint-Annaland en werd daar gevangen op 13 januari 1569, en naar Zierikzee overgebracht. (zie br 3. 4)

De eerste predikant die de gemeente gediend heeft is Matthijs van den Broecke, zie ook de predikantenlijst. Hij kwam van Tholen, waar "hij door verregaande onenigheid" vertrok naar Sint-Annaland. (zie br 3. 5)
De ambtsperiode van de predikanten Arnoldus Brievings en Johannis van der Bell worden wat nader belicht. Met hen begint de "geschiedenis van onze kerk", vanaf dat moment (1693) zijn er weer acta van de kerkenraad aanwezig. (zie br 3. 6)

Aan de hand van de acta wordt een beeld geven van het gemeenteleven. Bij het weergeven zijn de kleur en stijl van de acta zoveel mogelijk intact gelaten.

Uit de acta blijkt dat het in de kerkenraadvergaderingen meestal ging over: de verkiezingen van ouderlingen en diakenen, de behandeling van de diaconierekening. De meeste tijd werd besteed aan allerlei gevallen van censuur. Dit kwam ter sprake bij de verslagen van de huisbezoeken, die ieder kwartaal werden gedaan vanwege de viering van het Heilig Avondmaal.

Daarbij worden enkele langdurige gevallen van censuur wat uitgebreider behandeld. Kortdurende gevallen kwamen zeer veel voor. Het betreft dan schelden, vechten, diefstal, dronkenschap en overspel. Verder kwamen gedwongen huwelijken zeer veel voor, dit kwam dan uit door de vroegtijdige geboorte van een kind. Deze zaken werden vooral in de 18e eeuw "bestraft" door uitsluiting van deelname aan het Heilig Avondmaal, tot berouw volgde. Later werden de "lichtere" zonden bestraft met een eenmalige uitsluiting van deelname. ,Onderstaande gegevens zijn uit de acta verkregen, tenzij anders vermeld. De acta van de kerkenraad werden meestal door de predikant gemaakt.

Ds. Arnoldus Brievings, deed op 23-11-1681 als proponent zijn intrede in de gemeente Oirschot en Best. En werd met Pasen 1688 predikant te Sint-Annaland, en overleed hier in december 1698. Brievings was gehuwd met Anna Margaretha Immens. Haar vader was predikant in Oirschot en Best, en werd opgevolgd door zijn schoonzoon Arnoldus. Een aantal zonen van de familie Immens werd predikant. Waar onder Samuël, die ook op het eiland Tholen predikant werd, namelijk te Poortvliet, maart - juni 1686.
Een andere zoon die predikant werd, was Petrus Immens die het bekende boek: "De godvruchtige avondmaalganger" heeft geschreven. (zie br 3. 7)

In de acta wordt het volgende gevonden over de persoon van ds. Brievings.
4-7-1693 - 4-1-1694, Langdurige ziekte van de predikant en andere droevige voorvallen. Geen Avondmaal gehouden.
7-3-1694, Predikant is "zwak" (ziek).
14-5-1694, Predikant "smadelijk en smerig bejegend" door Cornelis van Dries en zijn vrouw Jannetje Slemp, uitsluiting van het Heilig Avondmaal tot nader order.
29-12-1698, Predikant is te zwak om de classisvergadering te bezoeken.
Kort daarop is de predikant overleden, de acta van 1-1-1699 noemen hem niet meer, en zijn ook niet door hem ondertekend.
De opvolger van ds. Brievings, is Johannis van der Bell. Hij is gedoopt op 5-3-1669 te Rotterdam. Komt hier als proponent en doet zijn intrede op 22-11-1699. (zie br 3. 8)
In de Sint-Annalandse tijd werd de zoon Theodorus geboren (1720), hij werd ook predikant. Deze Theodorus kreeg twee zonen die ook weer predikant werden namelijk: Johannes (Gibbes) (1750) en Anthony Johannes (1759). Dit predikantengeslacht heeft drie generaties gediend, van 1699-1805. (zie br 3. 9) In die tijd werd het beroep op een predikant uitgebracht door een Collegium Qualificatum. Dit bestond in Sint-Annaland uit de twee ouderlingen en diakenen, twee vertegenwoordigers van de Ambachtsheer of -Vrouwe van Sint-Annaland. Dit waren meestal de rentmeester en een schepen of de secretaris, en een voorzitter, gewoonlijk een predikant uit de omgeving, Verder werd alles via de toenmalig bekende weg van de classis afgehandeld. Bij het beroep op proponent van der Bell waren de afgevaardigden van de Ambachtsheer Philips Doubleth: de baljuw (schout) Abraham van Diest en de secretaris Cornelis van Diest.

In de acta is het volgende te vinden over de persoon van ds. v.d. Bell.
2-2-1714 De predikant (v.d. Bell), zegt dat zijn broer de rentmeester (Jacobus van der Bell) uit naam van de magistraat heeft verzocht een tweede zakje in de kerk te hangen. Dit ter ondersteuning van de armen. De Kerkenraad denkt dat dit in mindering komt op de collecte voor de diaconie, en dus voor de armen. Zij stelt voor dat de magistraat op zondagmiddag een huis aan huis collecte zal doen.
21-12-1715 De predikant is zwak geweest, en heeft dit kwartaal geen huisbezoek kunnen doen. 24-12-1724 De twee kinderen van de predikant en Abram, de zoon van zijn broer zijn terwijl ze samen achter speelden, door Cornelis van Noorden (schepen, later baljuw) beschuldigd. "Vanwege een losse hekelschee van sijn heijn" (heining). (De jongens hebben blijkbaar iets aan de heining stuk gemaakt) Van Noorden heeft Heijman, de jongen van zijn winkel erop af gestuurd. Hij heeft de jongste zoon van de predikant een vreselijk gat in het hoofd gegooid, boven de slaap. Toen de vrouw van de predikant dit aan de bode Pieter Boeje (gerechtbode) (zie br 3. 10) vertelde, vielen de moeder van Van Noorden (= zijn stiefmoeder Jannetje Jacobs Verhaast), en zijn stiefzuster Jannetje Huspot onbeschoft tegen haar uit. De predikant probeerde later toen van Noorden naar huis kwam lopen "op de kleine steentjes", met hem te praten. Maar hij begon te dreigen en wilde een getuigenverklaring dat de predikant gezegd had: "Gij hebt immers geseijt: Ik sal Heijman op u setten". Om daarmee de predikant aangezien hij schepen is, een proces aan te doen wegens belediging.
Twee personen hebben dit getuigd, de ene Adriaan Gelderland is lidmaat, en is over deze verklaring in de vergadering geroepen, maar heeft verachtelijk geweigerd te komen. Aarjaan de Wagemaker (Adriaan Leune), zwager van Van Noorden, heeft voorts de predikant toen hij hem voor het Avondmaal nodigde onbeschoft uitgescholden. (zie br 3. 11) Van Noorden wordt voor zijn vuile handelingen gecensureerd, evenals zijn moeder, zuster, zwager en A. Gelderland.
31-3-1725 Van Noorden die nog onder censuur is, heeft "om een klein steentje dat de jongste zoon van de predikant over de heining gooide zonder iets te beschadigen, de oudste zoon met een besem op de kop geslagen. De predikant had hem vanuit het venster van zijn kamer gewaarschuwd de handen van zijn kinderen af te houden. Maar Van Noorden heeft hem bedreigd en uitgedaagd wanneer hij hem alleen hadde, hetgeen de predikant in lankmoedigheid verdragen heeft.
24-12-1725 Adriaan Gelderland (zie 24-12-1724) is ziek (I!) en heeft berouw betuigd over zijn verklaring, ook Jannetje Huspot.
20-4-1726 Adriaan Leune heeft berouw betuigd en zijn vrouw Tannetje Huspot heeft zich met de vrouw van de predikant verzoend. Beiden worden van censuur ontheven.
12-4-1727 Omdat de predikant een "quaad" been heeft, kon het gewone huisbezoek niet door gegaan.
4-10-1727 Cornelis van Noorden verzoek opheffing van censuur (zie 24-12-1724), Dit is de weg niet om ervan ontheven te worden. (Blijkbaar heeft Van Noorden geen excuses aangeboden en spijt getoond.)
24-12-1727 Cornelis van Noorden heeft genoegdoening gegeven, de censuur is opgeven. (Na drie jaar is deze affaire uit de wereld! Uit de lijst van ouderlingen blijk dat Cornelis van Noorden in 1741 ouderling wordt. Zeer waarschijnlijk is dit een en dezelfde persoon)
16-4-1729 Wegens swakheit en onpasselijkheid heeft de predikant geen huisbezoek kunnen doen.
Dominee Johannis van der Bell overlijdt op 6 februari 1732.

In de Sint-Annalandse tijd werd de zoon Theodorus geboren (1720), hij werd ook predikant. Deze Theodorus kreeg twee zonen die ook weer predikant werden namelijk: Johannes (Gibbes) (1750) en Anthony Johannes (1759). Dit predikantengeslacht heeft drie generaties gediend, van 1699-1805. " In die tijd werd het beroep op een predikant uitgebracht door een Collegium Qualificatum. Dit bestond in Sint-Annaland uit de twee ouderlingen en diakenen, twee vertegenwoordigers van de Ambachtsheer of -Vrouwe van Sint-Annaland. Dit waren meestal de rentmeester en een schepen of de secretaris, en een voorzitter, gewoonlijk een predikant uit de omgeving, Verder werd alles via de toenmalig bekende weg van de classis afgehandeld. Bij het beroep op proponent van der Bell waren de afgevaardigden van de Ambachtsheer Philips Doubleth: de baljuw (schout) Abraham van Diest en de secretaris Cornelis van Diest.

In de acta het volgende te vinden over de persoon van ds. v.d. Bell.
2-2-1714 De predikant (v.d. Bell), zegt dat zijn broer de rentmeester (Jacobus van der Bell) uit naam van de magistraat heeft verzocht een tweede zakje in de kerk te hangen. Dit ter ondersteuning van de armen. De Kerkenraad denkt dat dit in mindering komt op de collecte voor de diaconie, en dus voor de armen. Zij stelt voor dat de magistraat op zondagmiddag een huis aan huis collecte zal doen.
21-12-1715 De predikant is zwak geweest, en heeft dit kwartaal geen huisbezoek kunnen doen. 24-12-1724 De twee kinderen van de predikant en Abram, de zoon van zijn broer zijn terwijl ze samen achter speelden, door Cornelis van Noorden (schepen, later baljuw) beschuldigd. "Vanwege een losse hekelschee van sijn heijn" (heining). (De jongens hebben blijkbaar iets aan de heining stuk gemaakt) Van Noorden heeft Heijman, de jongen van zijn winkel erop af gestuurd. Hij heeft de jongste zoon van de predikant een vreselijk gat in het hoofd gegooid, boven de slaap. Toen de vrouw van de predikant dit aan de bode Pieter Boeje (gerechtbode) vertelde, vielen de moeder van Van Noorden (= zijn stiefmoeder Jannetje Jacobs Verhaast), en zijn stiefzuster Jannetje Huspot onbeschoft tegen haar uit. De predikant probeerde later toen van Noorden naar huis kwam lopen "op de kleine steentjes", met hem te praten. Maar hij begon te dreigen en wilde een getuigenverklaring dat de predikant gezegd had: "Gij hebt immers geseijt: Ik sal Heijman op u setten". Om daarmee de predikant aangezien hij schepen is, een proces aan te doen wegens belediging. Twee personen hebben dit getuigd, de ene Adriaan Gelderland is lidmaat, en is over deze verklaring in de vergadering geroepen, maar heeft verachtelijk geweigerd te komen. Aarjaan de Wagemaker (Adriaan Leune), zwager van Van Noorden, heeft voorts de predikant toen hij hem voor het Avondmaal nodigde onbeschoft uitgescholden.' Van Noorden wordt voor zijn vuile handelingen gecensureerd, evenals zijn moeder, zuster, zwager en A. Gelderland.
31-3-1725 Van Noorden die nog onder censuur is, heeft "om een klein steentje dat de jongste zoon van de predikant over de heining gooide zonder iets te beschadigen, de oudste zoon met een besem op de kop geslagen. De predikant had hem vanuit het venster van zijn kamer gewaarschuwd de handen van zijn kinderen af te houden. Maar Van Noorden heeft hem bedreigd en uitgedaagd wanneer hij hem alleen hadde, hetgeen de predikant in lankmoedigheid verdragen heeft.
24-12-1725 Adriaan Gelderland (zie 24-12-1724) is ziek (I!) en heeft berouw betuigd over zijn verklaring, ook Jannetje Huspot.
20-4-1726 Adriaan Leune heeft berouw betuigd en zijn vrouw Tannetje Huspot heeft zich met de vrouw van de predikant verzoend. Beiden worden van censuur ontheven.
12-4-1727 Omdat de predikant een "quaad" been heeft, kon het gewone huisbezoek niet door gegaan.
4-10-1727 Cornelis van Noorden verzoek opheffing van censuur (zie 24-12-1724), Dit is de weg niet om ervan ontheven te worden. (Blijkbaar heeft Van Noorden geen excuses aangeboden en spijt getoond.)
24-12-1727 Cornelis van Noorden heeft genoegdoening gegeven, de censuur is opgeven. (Na drie jaar is deze affaire uit de wereld! Uit de lijst van ouderlingen blijk dat Cornelis van Noorden in 1741 ouderling wordt. Zeer waarschijnlijk is dit een en dezelfde persoon)
16-4-1729 Wegens swakheit en onpasselijkheid heeft de predikant geen huisbezoek kunnen doen.
Dominee Johannis van der Bell overlijdt op 6 februari 1732.

In die tijd werd het beroep op een predikant uitgebracht door een Collegium Qualificatum. Dit bestond in Sint-Annaland uit de twee ouderlingen en diakenen, twee vertegenwoordigers van de Ambachtsheer of -Vrouwe van Sint-Annaland. Dit waren meestal de rentmeester en een schepen of de secretaris, en een voorzitter, gewoonlijk een predikant uit de omgeving, Verder werd alles via de toenmalig bekende weg van de classis afgehandeld. Bij het beroep op proponent van der Bell waren de afgevaardigden van de Ambachtsheer Philips Doubleth: de baljuw (schout) Abraham van Diest en de secretaris Cornelis van Diest.

In de acta het volgende te vinden over de persoon van ds. v.d. Bell.
2-2-1714 De predikant (v.d. Bell), zegt dat zijn broer de rentmeester (Jacobus van der Bell) uit naam van de magistraat heeft verzocht een tweede zakje in de kerk te hangen. Dit ter ondersteuning van de armen. De Kerkenraad denkt dat dit in mindering komt op de collecte voor de diaconie, en dus voor de armen. Zij stelt voor dat de magistraat op zondagmiddag een huis aan huis collecte zal doen.
21-12-1715 De predikant is zwak geweest, en heeft dit kwartaal geen huisbezoek kunnen doen. 24-12-1724 De twee kinderen van de predikant en Abram, de zoon van zijn broer zijn terwijl ze samen achter speelden, door Cornelis van Noorden (schepen, later baljuw) beschuldigd. "Vanwege een losse hekelschee van sijn heijn" (heining). (De jongens hebben blijkbaar iets aan de heining stuk gemaakt) Van Noorden heeft Heijman, de jongen van zijn winkel erop af gestuurd. Hij heeft de jongste zoon van de predikant een vreselijk gat in het hoofd gegooid, boven de slaap. Toen de vrouw van de predikant dit aan de bode Pieter Boeje (gerechtbode) vertelde, vielen de moeder van Van Noorden (= zijn stiefmoeder Jannetje Jacobs Verhaast), en zijn stiefzuster Jannetje Huspot onbeschoft tegen haar uit. De predikant probeerde later toen van Noorden naar huis kwam lopen "op de kleine steentjes", met hem te praten. Maar hij begon te dreigen en wilde een getuigenverklaring dat de predikant gezegd had: "Gij hebt immers geseijt: Ik sal Heijman op u setten". Om daarmee de predikant aangezien hij schepen is, een proces aan te doen wegens belediging. Twee personen hebben dit getuigd, de ene Adriaan Gelderland is lidmaat, en is over deze verklaring in de vergadering geroepen, maar heeft verachtelijk geweigerd te komen. Aarjaan de Wagemaker (Adriaan Leune), zwager van Van Noorden, heeft voorts de predikant toen hij hem voor het Avondmaal nodigde onbeschoft uitgescholden.' Van Noorden wordt voor zijn vuile handelingen gecensureerd, evenals zijn moeder, zuster, zwager en A. Gelderland.
31-3-1725 Van Noorden die nog onder censuur is, heeft "om een klein steentje dat de jongste zoon van de predikant over de heining gooide zonder iets te beschadigen, de oudste zoon met een besem op de kop geslagen. De predikant had hem vanuit het venster van zijn kamer gewaarschuwd de handen van zijn kinderen af te houden. Maar Van Noorden heeft hem bedreigd en uitgedaagd wanneer hij hem alleen hadde, hetgeen de predikant in lankmoedigheid verdragen heeft.
24-12-1725 Adriaan Gelderland (zie 24-12-1724) is ziek (I!) en heeft berouw betuigd over zijn verklaring, ook Jannetje Huspot.
20-4-1726 Adriaan Leune heeft berouw betuigd en zijn vrouw Tannetje Huspot heeft zich met de vrouw van de predikant verzoend. Beiden worden van censuur ontheven.
12-4-1727 Omdat de predikant een "quaad" been heeft, kon het gewone huisbezoek niet door gegaan.
4-10-1727 Cornelis van Noorden verzoek opheffing van censuur (zie 24-12-1724), Maar dit is de weg niet om ervan ontheven te worden. (Blijkbaar heeft Van Noorden geen excuses aangeboden en spijt getoond.)
24-12-1727 Cornelis van Noorden heeft genoegdoening gegeven, de censuur is opgeven. (Na drie jaar is deze affaire uit de wereld!
Uit de lijst van ouderlingen blijk dat Cornelis van Noorden in 1741 ouderling wordt. Zeer waarschijnlijk is dit een en dezelfde persoon)
16-4-1729 Wegens swakheit en onpasselijkheid heeft de predikant geen huisbezoek kunnen doen.
Dominee Johannis van der Bell overlijdt op 6 februari 1732.

Bronnen 3

1.) Mw. dr. C. Rooze-Stouthamer, Hervorming in Zeeland, Goes, 1996.
2.) Idem p.468.
3.) Idem p.461 e.v.
4.) Idem p. 389, 524, en de Sententiën van en wegens de Hertoch van Alva, p. 178 e.v.
5.) Dr. C. Veltenaar, De geschiedenis van Tholen, Middelburg, 1943, p. 38.
6.) Requesten van de Acta van de Kerkenraad van de Nederduits Gereformeerde Kerk te Sint-Annaland, door A.J. Giljam. De acta zijn getranscribeerd en samengevat. Voor de moeilijk leesbare handschriften is hier dankbaar gebruik van gemaakt.
7.) P. Immens, De godvruchtige avondmaalganger, De Banier, Utrecht, z.j., p.7 e.v.
8.) De naamlijst van predikanten in de consistoriekamer vermeldt als datum van intrede 28-9-1999, maar dit is de datum van de vergadering van het Collegium Qualificatum.
9.) F.A. v, Lieburg, Repertorium van Nederlandse Hervormde predikanten tot 1816, deel 1.
10.) Requesten van de Acta van de Kerkenraad p. 102.
11.) Vier keer per jaar werd het Heilig Avondmaal gevierd, en werden alle belijdende leden aan huis uitgenodigd om aan het Avondmaal deel te nemen. Tijdens zo'n huisbezoek werd er gevraagd of bepaalde zaken de goede viering in de weg stonden. Bijvoorbeeld: ruzie, onenigheid, drankmisbruik enz. Of problemen van meer geloofsmatige aard. Stond men onder censuur dan werd gevraagd of er berouw was en de desbetreffende zaak uit de weg was geruimd. De resultaten van dit huisbezoek werden besproken op een kerkenraadsvergadering. Met een broeder of zuster kon eventueel een gesprek worden gevoerd. De censuur werd dan toegepast, verlengd of opgeheven.

Voor hoofdstuk 4 klik op pijl naar rechts naar hoofdstuk 2 klik op pijl naar links Terug naar begin klik op H13