Enkele (langdurige) gevallen van censuur.

Censuur 1

Het eerste gaat over ene Isaak David Faes, hij was schepen rond 1690. Hij was gehuwd met Margaretha van Heesteren, zij lieten bij hun sterven 5 minderjarige wezen achter. (zie br 4. 1) Isaak David Faes overlijdt in maart 1704 en zijn vrouw in december 1706.

Faes was waarschijnlijk boer en iemand die veel kocht, verkocht en of handelde. Verschillende keren lezen we van transacties die hij verrichtte. Zo lezen we dat hij op 16-12-1700 aan iemand uit Zierikzee 2.000 Carolusguldens schuldig is. Er is ook een afbetalingsregeling voorzien. (zie br 4. 2) Aan de weduwe van ds. Abram van Doreslaer is hij op 27-3-1702, 600 Carolusguldens schuldig. Het onderpand is zijn boomgaard, ook hier een afbetalingsregeling. (zie br 4. 3)
Op 16-6-1703 lezen we dat hij aan Anthony van Alphen (?), uit Zierikzee 500 Carolusguldens schuldig is. Onderpand is grond en de boomgaard, en weer is sprake van een afbetalingsregeling. (zie br 4. 4)
Op 29-12-1705 de weduwe van Faes, Margaretha van Heesteren verkoop het huis in 's Heerenstrate (de Voorstraat). Het is gekocht door Leendert Marijnisse Goedegebuere, voor 600 Carolusguldens. (zie br 4. 5)
In januari 1707 lezen we dat Joos van der Linde, administrerend de goederen van de weduwe van Faes, een huis verkoopt in 's Heerenstrate voor 70 pond Vlaams. (zie br 4. 6)
In februari 1707 wordt er een regeling getroffen wat betreft de bezittingen en schulden van de overleden Isaak David Faes en Margaretha van Heesteren. Dit alles tot voordeel van hun vijf wezen. Dit werd gedaan door de crediteuren van deze boedel. Was opgesteld en ondertekend door de crediteuren: A, v, Alphen, Pieter Lubac (chirurgijn, van wie we nog meer zullen horen), L. Heron (waarschijnlijk de oud-diaken), Abraham Mallander, J. Schem (zeer waarschijnlijk de schoolmeester grafdelver en koster ), (zie br 4. 7) Abraham Dane en Mattheus van der Daf. En de voogd Adriaen Rossijn.
Op 22 maart 1707 verkoopt Joos van der Linde, in dezelfde functie als boven, de hofstede, boomgaard en landen. Bij acte van de crediteuren. (zie br 4. 8)
Uit deze gegevens blijkt enigszins hoe het echtpaar Faes in het leven stond.

In de acta van de kerkenraad daarover het volgende.
31-7-1694 Isaak David Faes heeft wulpsig en overdadig gedronken.
2-4-1695 Hij staat onder censuur vanwege dronkenschap.
26-6-1695 Nog steeds hetzelfde probleem.
11-7-1695 Faes heeft waarschijnlijk iemand schriftelijk beledigd. Het papier wordt hem getoond. Het wordt vergeleken met de kwitantie van de betaalde "huysschattinge" die de predikant betaald heeft. De kwitantie is ondertekend door Faes (In zijn functie als schepen?) Woorden, letters en spelling komen sprekend overeen. Faes ontkent de beschuldiging.

1-9-1695 Zelfde zaak, Isaack verzoekt kopie (gerechtelijk schrijven) als de kerkenraad iets tegen hem wil inbrengen.
27-9-1695 Zelfde zaak. Bij huisbezoek was Isaack eerst woedend, dan wanhopig. Hij klaagde dat hij al zijn geld en goed kwijt was. En zei: het kan wel zijn dat ik zoiets geschreven heb en het in mijn zak gestoken heb. En het er zonder erg uitgetrokken heb en dat het door iemand op straat gevonden is, ik weet het niet. Men besluit hem te censureren, temeer daar hij zich nog deze week in het huis van Isaacq van de Luijster zo aan "morgenscoopjens" te buiten is gegaan dat hij door zijn metgezel en spitsbroeder in dat onvruchtbaar werk der duisternis, Claes de Faque naar de schuur van Willem den Engelsman geleid moest worden. Waar ze hem in 't stro hebben gelegd alwaar hij enige uren "als een beest heeft liggen roncken" zoals de vrouw van Willem den Engelsman heeft meegedeeld.

29-12-1695 Faes is nog niet bezocht omdat zijn vrouw in de kraam ligt. Men beraadt zich om hem nog te censureren, maar wil hem eerst horen.
19-1-1696 Faes wordt. gehoord en begint te schelden dat de kerkenraad misschien zelf het "fameus libell" of "pasquill" (de schriftelijke belediging) heeft geschreven. Men laat hem vertrekken en besluit hem openlijk te censureren. Behalve ouderling van de Moer (brouwer) (zie br 4. 9) die Faes nog verdedigt. Faes bezorgt een schriftelijk protest bij de predikant aan huis, in bijzijn van ouderling van Riel en mr. Jacobus Schem (hierboven genoemd). In dit protest maakt Faes bezwaar tegen al wat ds. Brievings als hoofd van de kerkenraad in 't kerkeboek geschreven heeft of tegen hem in gesproken heeft. Na enige discussies geeft Faes toe dat zijn zaak verloren is en bekent zijn misdaad die daarmee afgehandeld is!!

Bij de jaarlijkse verkiezing die nu volgt, verzoekt men br. van de Moer vrijwillig af te treden, vanwege zijn bemoeienis met deze zaak. Hij voldoet hieraan vanwege "drukke bezigheden" !!

29-3-1696 Faes is nog onder censuur, vanwege zijn eerloos geschrift. De zaak was in de vorige vergadering afgehandeld, nu blijkt Faes nog onder censuur te staan. (Blijkbaar is het in zoverre afgehandeld dat hij niet openlijk onder censuur komt.)
30-6-1696 Heeft met zijn vrouw Grietje van Heesteren ruzie gehad. Vaart ook weer tegen ouderlingen uit, blijft onder censuur.
28-12-1696 Oud-ouderling van de Moer blijkt in de zaak van Faes een kwaad gerucht tegen de predikant te hebben verspreid. Faes blijft bij zijn goddeloze gedrag en lastering van de predikant.
2-4-1697 Faes wordt toegelaten tot het Avondmaal om redenen. Margaretha, zijn vrouw komt niet meer in de kerk, vanwege de problemen van haar man met de kerkenraad. Zij weigerde op de kerkenraad te komen, omdat zij de kinderen op bed moest leggen. Zij komt nu onder censuur.
12-5-1697 Getuigenissen in de zaak Faes. (De zaak sleept blijkbaar nog steeds) De juist afgegaane schepenen Philip Cousijn en Floij Bartels, die Faes goed kenden o.a. omdat ze enkele jaren met. hem schepen zijn geweest, verklaren dat het "pasquill" van zijn hand was. En dat een ander gerecht dan de vierschaar (van Sint-Annaland), deze criminele zaak moest behandelen. Ook schoolmeester Jacobus Schem, die enige tijd de secretarie heeft waargenomen, verklaart dat het Isaacs (Faes) handschrift is. Philip Cousijn is als schepen bij het bewuste transport geweest. (Het gaat blijkbaar om de overdracht van een huis of ander goed, waarbij het flink is misgegaan). Pieter Vroegop, tegenwoordig schepen, getuigt dat Isaac toen hij met hem in het huis van Jannetje Aeriaens was, gepocht had dat de predikant de kwestie maar al te graag wilde bijleggen, en bemiddelaars zocht. En dat Isaac als hij wilde ouderling kon worden. Floij Bartels getuigt in dezelfde trant van hetgeen Isaac op 14 oktober 1696 in het huis van Geertje Meijers heeft gezegd. Philip Cousijn getuigt in gelijke trant van toen hij met de schout Abraham Cornelissen van Diest en de andere schepenen in de Herberg de Swaen was, waar Isaac ook was.

29-9-1697 Isaac Davidsen Faes dronkenschap, vechten met Claes de Facq en het pasquill. Hij noch zijn vrouw mogen aan het Avondmaal komen. 3-1698, allebei nog steeds onder censuur 27-12-1699 Faes betert zijn leven, maar heeft ruzie gehad met Lauwris Cornelisse. Blijft ditmaal nog onder censuur, zijn vrouw mag weer aan het Avondmaal komen.
1-1-1700 De situatie is onveranderd.
4-4-1700 Faes betuigt spijt, de censuur wordt opgeheven.
In maart 1704 overlijdt Isaac Davidsen Faes.

Censuur 2

Het tweede geval van langdurige censuur gaat over de chirurgijn Pieter Lubacq. Hij was gehuwd met Janna Cores. In klapper op de doodslijsten (zie br 4. 10), wordt vermeld dat er drie kinderen gestorven zijn van Lubacq. In augustus 1703, januari 1705, 15 september 1711, en hijzelf op 28 april 1719.

De acta van de kerkenraad vermelden ons daarover het volgende.
29-3-1696 Ingekomen met attestatie van Breda Pieter Lubacq, chirurgijn.
2-4-1697 Lubacq vecht dagelijks met zijn vrouw en is desondanks aan het Avondmaal verschenen.
29-12-1698 krijgt een extract van "het toegestane noopende sijn jaerlijxe 40 gulden", voor zijn diensten aan de armen. (Ontvangt Lubacq extra vanwege de zorg aan de armen?)
20-3-1701 Het blijkt dat wat drie jaar geleden aan de chirurgijn Pieter Lubacq als traktement voor de armen is toegestaan zeer veel is. Beduidend meer dan in de jaren daarvoor werd gedeclareerd. Het traktement wordt nu ingetrokken.
25-3-1701 Mr. Pieter Lubacq heeft ten huize van De Wever achter de kerk, ruzie gemaakt en de vrouw onmanierlijck geslagen en ruiten ingeslagen. Hij is geciteerd en zegt dat de man zelf zijn glazen uitgeslagen heeft, en dat de vrouw hem geslagen heeft. Hij heeft wel teruggeslagen. Dit betaamt een lidmaat niet, en ook niet aan Rooms- katholieken. De Wever was een van de zeer weinige Rooms-katholieken. Latere acten van de kerkenraad zeggen dat er geheel geen Roomsen op het dorp wonen. (zie br 4. 11)
3-7-1701 Mr. Lubacq is niet gekomen, blijft onder censuur
30-9-1701 Mr. Lubacq heeft tegen de predikant gezegd dat het geen herder betaamde zijn schapen te verlaten en zich tot de wolven te keren, (Waar deze beschuldiging op slaat, wordt uit het verband verder niet duidelijk). De predikant onderhield hem verder over zijn gedrag ten huize van de paapsen wever. Hij ging tekeer en blijft onder censuur.
29-12-1701 ontheven van censuur.
30-12-1703 Met zijn vrouw op straat gevochten, weer onder censuur.
4-1-1704 Is vermaand.
16-3-1704 De vrouw van Lubacq (Janna Cores), heeft de catechisatie gevolgd om tot lidmaat te worden aangenomen. Lubacq blijft onder censuur, heeft weer met zijn vrouw gevochten. Zijn vrouw wordt nog niet aangenomen.
21-3-1704 Lubacq wil van de censuur ontheven worden, maar begint met de predikant te redetwisten. Blijft nog onder censuur, maar zijn vrouw wordt aangenomen. Hij wordt al scheldende door de schoolmeester verwijderd, en noemt de predikant een Jezuïet.
4-10-1704 Hij heeft berouw en wordt van de censuur ontheven.

1-1-1706 Janna Lubacq heeft met Bethje Matteusz. woorden gehad, eerste censuur.
2-4-1706 Janna toont berouw, de censuur wordt ingetrokken. Ouderling Isack Lodewijckse heeft in de Herberg gehoord dat mr. Lubacq de stadhouder van Riel (zie br 4. 12) en diens zuster Cornelia uitschold en bedreigde, komt onder censuur. Diaken Andries Adriaensz. Smits moet zijn vrouw Cornelia van Riel, voor ditmaal censuur aanzeggen. (Het is niet duidelijk of de stadhouder ook afgehouden wordt voor deze keer).
9-7-1706 Lubacq verzoent zich weer.
22-4-1707 Mr. Lubacq heeft komende uit de Herberg de Swaen om met iemand te vechten, Jacobus Oosthoeck die ook naar buiten kwam, schandelijk met een mes gehavend en zijn gezicht opengesneden. Lubacq is tijdens de vermaning als een dolle vloekende (o.a. de gruwzame vloek van Mor Dieu) tegen de predikant uitgevaren. Hij en zijn vrouw willen nooit meer aan het Avondmaal komen, beiden onder censuur. Jacobus Oosthoeck zegt Lubacq niet te hebben aangevallen, totdat hij met het mes werd aangevallen. Toen had hij hem bij zijn haar gepakt en hem tegen de muur geduwd. Oosthoeck blijft voor ditmaal vrijwillig van het Avondmaal. (In de kerkenraadsvergadering van 6-1-1708 staat Oosthoeck op het dubbeltal met Heiligendorf, voor de verkiezing van een diaken.)
9-7-1707 Jacobus Oosthoeck is met mr. Lubacq verzoend, uit de censuur.
30-9-1707 Mr. Lubacq komt ongevraagd binnen en wil niet weggaan. Hij noemt de predikant zijn grootste vijand en scheldt. De koster Jacobus Schem, moet hem verwijderen, maar hij vertrekt zelf. Het betreft nog steeds de zaak van 22-4-1707. Sinds het traktement van mr. Lubacq is ingetrokken (zie 20-3-1701), is niet geregeld wie de armen bij ziekte bezoekt. Nu eens is dat mr. Lubacq, dan weer mr. Valentijn Heiligendorf (de andere chirurgijn van het dorp). Men besluit wegens de problemen met Lubacq van nu aan Heiligendorf aan te stellen, mits hij behoorlijke declaratie van zijn diensten overgeeft.
30-12-1707 De classis van Tholen en Bergen op Zoom heeft op 11 december een brief aan de kerkenraad geschreven, waarin staat dat in de classisvergadering van 4 oktober 1707 Pieter Lubacq heeft geklaagd. Hij en zijn vrouw zouden door de predikant zonder reden geëxcommuniceerd zijn. Bij de volgende classisvergadering te Tholen zullen de predikant en de oudste ouderling, Cornelis Pelle, de juistheid van de censuur aantonen.
6-1-1708 De misdragingen van Pieter Lubacq zijn op de classisvergadering opgesomd. Namelijk dat hij al in de tijd van ds. Brievings met zijn vrouw vocht, en haar op straat met een tang een gat in haar hoofd heeft geslagen. Verder dat hij in de kerkenraadvergaderingen heeft gescholden, gevloekt en de predikant heeft bedreigd. Dat hij bijna elk Avondmaal wegens kijven en vechten is gecensureerd is geweest. De classis stond verbaasd dat hij niet voor de criminele rechter was gebracht. Lubacq werd binnen geroepen, en in plaats van dat hij ging klagen over zijn censuur, zei hij nu: "ik heb gezondigd, ik bid om vergiffenis". Predikant en ouderling verklaren dat Lubacq en zijn vrouw de laatste 9 maanden slechts 7 of 8 maal in de kerk zijn geweest. En nog steeds voortgaan met het lasteren van de predikant. De Classis keurt de wijze van handelen van de kerkenraad volledig goed. Ds. van Macheren heeft Lubacq streng berispt en hem aan de kerkenraad gerenvoyeerd (weer in handen geven van). Deze is tevreden met de goedkeuring.
4-10-1708 Mr. Pieter Lubacq en zijn vrouw verzoeken van de censuur ontheven te worden. In juli echter heeft Lubacq bij de classis nogmaals geklaagd, en een lasterlijk geschrift overhandigt. Voorts komt de vrouw niet, en de man zeer zelden in de kerk. En als hij komt dan is het tersluiks, waarbij hij zich achter de deur verschuilt. Ze moeten eerst een godvruchtiger en boetvaardiger gedrag tonen. Daartoe krijgen ze driekwart jaar de tijd. Bij zeer goed gedrag is eerdere ontheffing mogelijk. Ze worden binnen geroepen en gaan niet akkoord en dreigen weer bij de classis te gaan klagen.
5-7-1709 Mr. Lubacq en zijn vrouw hebben weer bij de classis geklaagd, maar deze heeft hen terugverwezen naar de kerkenraad. Janna Lubacq vraagt wanneer hun censuur eindigt. Zij komen beiden weinig in de kerk en hebben zelfs hun kind elders laten dopen. Lubacq heeft de kerkenraad met Pasen toegeroepen dat de kerkenraad nu wel naar het Avondmaal ging, maar 's avond kaart zou spelen en "suijkerde commetjes" zou drinken. (Brandewijn met suiker?) Hun proefperiode wordt met drie maanden verlangd.
23-12-1714 Lubacq heeft ruzie gehad met Joh. Heijman, beiden onder censuur.
19-4-1715 De vrouwen van beide mannen, zijn ook betrokken bij de ruzie, ook censuur.
21-12-1715 Janna Lubacq verklaart dat allen zich verzoend hebben. Haar man kan niet komen, hij is te zwak.
27-3-1717 Mr. Lubacq heeft met zijn vrouw woorden gehad, hij ook met mr. Mortier. Ze hebben niet gevochten en zich met elkaar verzoend. Ze blijven ditmaal vrijwillig van het Avondmaal.
1-10-1718, Mr. Lubacq heeft Ewout Crabbe op de straat voor de smidse zeer gescholden. En volgen Crabbe, had Lubacq met een "vlijmje" (vijl) gedreigd. Waarna Crabbe hem met een zweep een kwetsuurtje aan het hoofd had geslagen. Crabbe onder censuur en Lubacq moet zich met hem verzoenen.
8-4-1719 Mr. Lubacq en Ewout Crabbe hebben zich met elkaar verzoend, van de censuur ontheven.
Mr. Pieter Lubacq overlijdt op 28 april 1719.


Censuur 3

De derde kwestie van langdurige censuur gaat over de andere chirurgijn, Valentijn Heiligendorf. Heiligendorf was gehuwd met Cornelia Kockel. Haar naam was blijkbaar moeilijk om te schrijven, haar naam komt ook voor als: Correlcoor, Cockelcoor. Dit in het doopboek en in het huwelijksboek. Cornelia overlijdt in mei 1708. Valentijn huwt daarna met Matje van der Daff in maart 1710. Daarbij wordt Valentijn genoemd: "weduwnaar van Bergen op Zoom" Waarschijnlijk is hij dus vandaar naar Sint-Annaland gekomen. Hij overlijdt zelf op 10-4-1729 en Matje op 19-12-1732. Verschillende kinderen uit zijn eerste huwelijk overlijden waarschijnlijk jong: in april 1705 en mei 1708. Cornelia is dus vermoedelijk in het kraambed overleden. Daarna overlijden er nog kinderen in augustus 1713 en in februari 1715. (zie br 4. 13)
De acta van de kerkenraad zeggen ons het volgende.
9-4-1700 Heiligendorf en zijn vrouw Cornelia Correlcoor doen belijdenis van het geloof.
25-3-1701 Mr. Valentijn bekent dat hij dronken is geweest en ruzie heeft gehad met Pieter Crijne. Beiden onder censuur.
3-7-1701 Beiden berouw, de censuur wordt opgeheven.
25-6-1702 Nu vechten met Jacobus Marinusz. Goedegebuure (Deze laatste moet ook regelmatig vermaand worden, vanwege dronkenschap, vechten en niet in de kerk komen.)
30-6-1702 Heiligendorf ontkent het, blijft onder censuur.
29-9-1702 Beiden hebben berouw, de censuur wordt opgeheven.
29-06-1703 Wangedrag, Heiligendorf heeft de molenaar Jacobus van der Daff met een mes aangevallen. Valentijn zegt van niets te weten, komt weer onder censuur. (Van der Daff is waarschijnlijk de aanstaande schoonvader van Valentijn)

Vanaf nu lezen we goede berichten over mr. Heiligendorf.
4-10-1704 Heeft berouw, opheffing van de censuur.
30-9-1707 Mr. Heiligendorf wordt aangesteld door de kerkenraad om de armen te bezoeken die ziek zijn. Mits hij behoorlijke declaratie doet van zijn diensten.
6-1-1708 Mr. Heiligendorf wordt tot diaken gekozen!!
4-1-1710 In zijn plaats wordt tot diaken Leendert Huspot gekozen. (Vanwege de volgende kwestie?)
28-2-1710 Matje van der Daff heeft schriftelijk verzocht met Valentijn Heiligendorf te trouwen. Haar vader weigert toestemming. Zij is 26 februari 1710, 20 jaar geworden, en dus meerderjarig! Zij verzoekt de kerkenraad haar te helpen procederen tegen haar vader. Deze, Jacobus van der Daff (zie 29-06-1703) is geciteerd (zie br 4. 14) om zijn weigering toe te lichten, maar is niet verschenen. Hij krijgt 14 dagen de tijd, daarna zal de kerkenraad Valentijn Heiligendorf een attestatie geven om elders te kunne te trouwen. Dit overeenkomstig de rechtsgeleerde werken van Simon van Leeuwen en Hugo de Groot. Van der Daff reageert 14 dagen lang niet, hetgeen voor bewilliging wordt gehouden. Met behoorlijke attestatie heeft de ondertrouw daarna te Bergen op Zoom plaatsgevonden.
Daarna weer minder goede berichten.
3-10-1722 Mr. Heiligendorf en zijn vrouw hebben ergernis gegeven, deze keer mogen zij niet aan het Avondmaal.
24-12-1722 Mr. V. Heiligendorf was niet content met de afhouding, maar protesteert op een onjuiste wijze tegen de censuur.

Hierna lezen we niets meer van de familie Heiligendorf van der Daff.
Mr. Valentijn Heiligendorf overlijdt in april 1724 en zijn vrouw in december 1732.


Bronnen 4
1.) Klapper op het wezenboek van Sint-Annaland.
2.) Acten van transporten en verkoopconditien van onroerende goederen van Sint- Annaland 5815/079.
3.) Idem 5815/101.
4.) Idem 5815/137.
5.) Idem 5815/191.
6.) Idem 5840/190.
7.) Reqesten van de Acta van de Kerkenraad, p 99.
8.) Acten van transporten 5840/164.
9.) Reqesten van de Acta van de Kerkenraad. p 104.
10.) Klapper op de doodslijsten van Sint-Annaland, p.55.
11.) Acten van de kerkenraad 17 april 1797, artikel 3.
12.) Reqesten van de Acta van de Kerkenraad p.103. Door de baljuw van Zierikzee werden er stadhouders aangesteld in Sint-Annaland, voor de hoge jurisdictie, de criminele rechtspraak in halszaken.
13.) Klapper op de doodslijsten Sint-Annaland, Gemeentearchief Tholen, p.44.
14.) Heeft blijkbaar ook de betekenis gehad van uitnodigen, zie ook 25-03-1701.

Voor hoofdstuk 5 klik op pijl naar rechts naar hoofdstuk 3 klik op pijl naar links Terug naar begin klik op H13