ROND HET VROUWENKIESRECHT.

In de Acta van de kerkenraad vinden we in grote lijnen het volgende ervan terug.
25-10-1918 Men besluit een adres (bezwaarschrift) van de gemeente Kampen te onderschrijven. "Door de kerkenraad aldaar wordt aangedrongen het actief stemrecht aan vrouwen in onze Nederlandse Hervormde Kerk niet te geven."
14-5-1924 Er is een visitatie vanuit de classis, aan de visitatoren worden vragen gesteld over het vrouwenkiesrecht.
25-7-1927 Op de lijst van stemgerechtigde lidmaten, blijken de vrouwen niet te zijn bijgeschreven, omdat het "hier kerkenraad is". (De kerkenraad vindt dus dat ze de vrijheid heeft om de zusters niet op de lijst te schrijven. Er zijn hier principiële bezwaren tegen.)

Er volgen nu een aantal jaren waarin de kerkenraad blijft weigeren om de lijst van stemgerechtigde lidmaten bij te werken. Maar de 10-jaarlijkse stemming komt eraan, en de classis staat erop dat er nu kerkordelijk gehandeld wordt. Bezwaren kunnen er zijn, maar die moeten via de kerkordelijke weg worden behandeld.
Op 12-2-1931 wordt de kerkenraad uiteindelijk geschorst door het classicaal bestuur. Zij doet nu "wat des kerkenraads is", een door de consulent benoemde commissie doet het uitvoerende werk. In die tijd is er een predikantsvacature. De consulent is ds. P. Moerman van Stavenisse, hij wil alles op een juiste wijze in "kerkrechtelijke banen" leiden. En ook de gemeente van Sint-Annaland recht doen.

Reden van de schorsing is de consequente weigering van de kerkenraad om de vrouwelijke lidmaten te vermelden op de lijst van kiesgerechtigden. Het classicaal bestuur werkt de lijst bij en organiseert de 10-jaarlijkse stemming, waarbij de gemeente met overgrote meerderheid kiest voor een kiescollege, zie boven. Een college van lidmaten kiest dan voortaan periodiek de kerkenraadsleden. Nu wordt de schorsing opgeheven.

Nog altijd werkt de kerkenraad niet loyaal mee aan het stemrecht voor vrouwen. Er doen zich dan verschillende onordelijkheden voor. Uiteindelijk worden de leden van kerkenraad door het provinciaal kerkbestuur uit hun ambt ontzet. (2-12-1931). De classis doet nu weer het werk van de kerkenraad.
Uit de acten van deze tijd (jaarwisseling 1931-'32) blijkt dat er grote verwarring ontstaan is. Is de kerkenraad nu in hoger beroep gegaan tegen zijn afzetting of niet? Men ziet er 'vanwege de hoge kosten van af. Na enkele weken blijkt dat men toch bij de Generale Synode in hoger beroep is gegaan, maar achter de rug van de consulent om. Daarom is het hoger beroep niet geldig, mede omdat de "stukken' niet compleet zijn.

Een dieptepunt zijn wel de problemen op zondag 21 februari 1932, een ouderling met aanhang leest "voor zijn beurt" de preek. "Er loopt immers een hoger beroep." Vele mensen lopen dan de kerk uit. Door het ingrijpen van de consulent die de burgemeester waarschuwt, wordt voorkomen dat 's middags hetzelfde gebeurt. De burgemeester, in gezelschap van de veldwachter en de president-kerkvoogd, spreekt de "oproerige" ouderlingen aan, en dan kan ds. de Gidts zijn beurt toch vervullen.

De volgende dag, maandag 22 februari wordt de afzetting definitief. Er is dan een overdrachtsvergadering. Het classicaal bestuur neemt de bescheiden en verantwoordelijkheden over van de demissionaire kerkenraad. De consulent bedankt de afgezette kerkenraad voor de samenwerking, en weet dat ze het beste hebben gezocht voor de gemeente.
Een ouderling dankt de voorzitter (de consulent ds. P. Moerman) voor de wijze waarop hij de vergadering heeft geleid. Verder zegt de ouderling: "dat hij al het mogelijke zal doen om het in die richting te sturen, dat het vrouwenkiesrecht verdwijnt. En dat Gods Woord boven de Reglementen komt te staan. Slechts door de Geest Gods kan hij van ongelijk overtuigd worden. De hogere besturen hebben hem niet kunnen overtuigen." "Met ontroering van beide zijden en een stevige handdruk neemt men afscheid."

Op 5-7-1932 wordt door de aanwezige leden, 253 in getal, daadwerkelijk een kiescollege gekozen, bestaande uit 14 personen. Dit college kiest op 15-8-1932 een nieuwe kerkenraad, een gekozene bedankt, waarvoor op 6-10-1932 een ander wordt gekozen.
Op 9-2-1942 is er weer een 10 jaarlijkse stemming. Hierbij geven de aanwezige leden, 83 in getal, met ruim de helft van de stemmen, de kerkenraad weer het heft in handen. Het kiescollege is weer opgeheven.

Voor hoofdstuk 8 klik op pijl naar rechts naar hoofdstuk 6 klik op pijl naar links Terug naar begin klik op H13